5 x de grootste mythes over hoogsensitiviteit

Een hoogsensitief persoon is extra gevoelig voor zintuiglijke prikkels. Over hoogsensitiviteit bestaan vele mythes. De eigenschap zou niet of nauwelijks voorkomen. Bovendien zou het gek, zwak of zielig zijn. Maar klopt dat wel? Pieter bespreekt de meest voorkomende mythes over hoogsensitiviteit.

1. ‘Hoogsensitiviteit is een verzinsel’
Sommige mensen noemen hoogsensitiviteit een verzinsel. Ze worden in die overtuiging gesterkt door wat zij erover lezen op het internet en in tijdschriften. Een kleine maar vocale groep schrijvers, coaches en hoogsensitieve personen koppelt de eigenschap namelijk aan spiritualiteit. En daardoor is bij sommigen het beeld ontstaan dat het om iets ‘zweverigs’ zou gaan. Maar dat een paar mensen hoogsensitiviteit in verband brengt het spirituele, maakt de eigenschap nog geen verzinsel. Hoogsensitiviteit kent een stevige wetenschappelijke basis en tientallen serieuze onderzoekers hebben er inmiddels over gepubliceerd. Zoek maar eens op ‘sensory processing sensitivity‘, de wetenschappelijke benaming voor hoogsensitiviteit.

2. ‘Hoogsensitiviteit is zeldzaam’
Je zult niet gauw iemand op je werk horen zeggen: ‘Ik ben hoogsensitief.’ Daardoor zou je kunnen denken dat de eigenschap zeldzaam is. Toch is 20 procent van de mensen hoogsensitief. Dat is ongeveer 1 op de 5 personen! Ter vergelijking: slechts 1 op de 10 mensen is linkshandig. En linkshandigen vinden we niet bepaald zeldzaam, toch? Hoe komt het dan dat jij zo weinig hoogsensitieve personen kent? Het grootste deel van de hoogsensitieve personen heeft nog nooit van hoogsensitiviteit gehoord en beseft dus ook niet dat ze de eigenschap bezitten. En dan zijn er ook nog vele hoogsensitieve personen die zich wél bewust zijn van hun eigenschap, maar ze durven er niet openlijk voor uit te komen. (Heel begrijpelijk overigens; ook ik heb me jarenlang voor mijn hoogsensitiviteit geschaamd.)

3. ‘Hoogsensitiviteit is een stoornis’
Laatst vroeg een collega: ‘Hoe lang lijd je al aan hoogsensitiviteit?’ Ik was een beetje verbouwereerd. Ze had me evengoed kunnen vragen: ‘Hoe lang lijd je al aan blond haar?’ Hoogsensitiviteit is namelijk geen stoornis, maar een aangeboren eigenschap; een ‘fabrieksinstelling’. Hoogsensitiviteit kent een evolutionaire verklaring. De 80 procent van de mensheid die niet hoogsensitief is, hanteert een ‘rechttoe-rechtaan’ overlevingsstrategie. Ze storten zich in nieuwe situaties en laten zich niet van de wijs brengen door wat er op dat moment in de omgeving gebeurt.

Hoogsensitieve personen scannen hun omgeving intensief en zien sneller kansen en bedreigingen

Hoogsensitieve personen gaan anders te werk. Zij kijken liever de kat uit de boom. Eerst scannen ze hun omgeving intensief en ze zien daardoor sneller kansen en bedreigingen. Pas daarna nemen ze een besluit. Het één is niet beter of slechter dan het andere; het zijn simpelweg twee verschillende strategieën die de natuur heeft ontwikkeld om ons menselijk soort in stand te houden. Als groep hebben we enerzijds individuen nodig die snel beslissen en risico’s nemen, en anderzijds individuen die mogelijkheden aftasten, gevaren inschatten en gevolgen overdenken. Onderzoekers hebben overigens dezelfde tweedeling aangetroffen bij meer dan honderd diersoorten, waaronder muizen, katten, honden, paarden, apen en vogels.

4. ‘Hoogsensitiviteit is een last’
Hoogsensitieve personen zijn extreem gevoelig voor hun omgeving. In een hectische omgeving lopen ze daardoor meer risico op stress en burn out. Maar dat wil niet zeggen dat hoogsensitiviteit alleen maar ellende met zich meebrengt. Integendeel! Hoogsensitiviteit maakt creatief en empathisch, blijkt uit onderzoek. Bovendien: negatieve prikkels komen dan wel extra hard bij hoogsensitieve personen binnen, maar dat geldt ook voor positieve prikkels. Recentelijk ontdekten wetenschappers wat men al langer vermoedde: hoogsensitieve personen functioneren in een kalme, vriendelijke omgeving over het algemeen beter dan niet-hoogsensitieve personen. Door hun gevoeligheid zijn hoogsensitieve personen – meer dan anderen – in staat om positieve omstandigheden te benutten.

5. ‘Hoogsensitieve personen zijn aanstellers’
‘Aansteller!’ Of: ‘Ik begrijp niet waar jij last van hebt.’ Het zijn reacties die hoogsensitieve personen regelmatig te horen krijgen. Maar is dat wel terecht? Anders dan je misschien zou denken, voelen we niet allemaal in dezelfde mate. Zintuiglijke prikkels komen bij ieder van ons met een andere intensiteit het brein binnen. Wat voor jou een lekker achtergrondmuziekje is, kan mij als lawaai in de oren klinken. Wat voor jou een prettig verlichte ruimte is, kan voor mij een oogverblindende kermis zijn. En wat voor jou als een tik op je neus voelt, ervaar ik misschien als een flinke stomp. Hoogsensitieve personen pikken prikkels makkelijker op en kunnen dus ook eerder last hebben van zaken zoals lawaai, licht en pijn. ‘Aanstellers’ kun je ze dus moeilijk noemen. Je zou zelfs kunnen zeggen dat hoogsensitieve personen echte bikkels zijn. Want ondanks dat ze alles intenser voelen, weten ze zich aardig staande te houden in een wereld die bol staat van drukte en hectiek.

Pieter Offermans is auteur, blogger en hoogsensitief werknemer en schreef het boek De Hoogsensitieve Werknemer. Pieter schrijft op zijn website en voor STRESSED OUT over hoogsensitiviteit en werk.

Ben jij hoogsensitief, en hoe beïnvloedt dit jouw leven? Praat erover mee op onze Facebookpagina!