Maria’s man had ’n burn out #10: ‘Papa, wanneer gaan wij stoeien?’

Maria van BeelenHet was een flutzomer op een camping met veel plens- en driftbuien. Daarna kwam de man van Maria van Beelen spierwit thuis van zijn werk: hij had een burn out. Maria, zelfstandig schrijver en moeder van drie kinderen (allemaal onder de 7 jaar), schrijft over de periode daarna. Dit keer: Papa, wanneer gaan wij stoeien?

We zitten op een ouderavond. Een leuke, waarbij je met alle ouders en de kinderen in de klas zit en daarna een speurtocht door de buurt loopt. Waar ik het meest tegenop zie, is het klassengedeelte. Dit keer mochten de kinderen tegen de juf zeggen wat ze leuk vinden aan hun vader en moeder en de juf zal de antwoorden voorlezen. Ik ben bang dat onze zoon iets raars heeft opgenoemd. Iets wat de spanning in ons gezin en ons huis weergeeft. De grote stronken houvast die ik zo graag wil zien tussen mijn man en mij en tussen ons en de kinderen blijken bij het vastpakken zo broos als stro. De mooie momenten waar ik naar verlang zijn er, áls ze zich al laten zien, maar kort. Zo ben ik deze weken erg blij als ik zie dat mijn man uit zichzelf een prentenboekje met de jongste en de tweede leest. Een moment van huiselijke rust. Of eigenlijk meer de afwezigheid van onrust. Wat ik meteen met mijn mobiel vastleg en op Instagram plaats. Misschien doe ik dat wel zo gretig omdat ik weet dat dat liefdevolle moment ook zo snel weer vertrokken is.

Als ik de foto van mijn man die de kinderen voorleest op Instagram zet, kan ik het vastpakken

Als ik deze foto van mijn man die onze kinderen voorleest op Instagram zet, dan kan ik het vastpakken. En door de reacties van anderen nog even wat langer genieten van dit kostbare ogenblik. Want het zijn ogenblikken, kleine glimpjes van de man die ik ooit had. Een man die onze kinderen op zijn grote, sterke armen droeg. Ze met een eindeloos geduld in slaap wiegde. Ik weet nog dat ik mezelf afvroeg hoe het kwam dat het hem wél lukte om ze die kalmte mee te geven.

Alles is anders
En nu is alles anders en zitten we tussen allemaal ouders van wie ik veronderstel dat ze gelukkig zijn, en wij zijn dat dus heel vaak niet. Ik ben moe van het peilen van de stemming in huis. Van de zenuwachtigheid die ontstaat zodra de kinderen ruziemaken of aan tafel gillen. Van het kijken naar hoe mijn man hierop reageert. Van het steeds maar moeten reguleren van alle emoties van alles en iedereen, terwijl ik zin heb om zelf keihard op het strand te gillen. Zo’n schreeuw naar het heelal, naar God. Ik doe het niet, ik acht de kans om als een verwarde vrouw te worden weggevoerd nog altijd groter dan de kans dat de burn out door een goddelijk ingrijpen uit ons leven wordt weggenomen. In de kring komen de kinderen aan het woord. Wat vinden ze leuk aan hun vader en moeder? Nu komt het. De juf pakt het briefje erbij. Mijn keel voelt droog aan. Wat zal onze zoon zeggen?

De volle klas begint me te benauwen, zoals zo vaak wil ik weg

‘Dat-ie voordat we gaan slapen altijd op het bed met me stoeit.’ Het is niet datgene wat míjn zoon zegt, maar juist dit kleine antwoord van een dochter richting haar glunderende vader dat een knoop in mijn maag trekt. Het beeld van een lachende vader die zijn kinderen optilt en weer liefdevol tegen zich aandrukt, is voor ons echt heel erg lang geleden. Wat zullen mijn kinderen zich later van hun vader herinneren? Zal hij ooit nog puf hebben om met onze kinderen op ons grote bed te stoeien? Of zal ik die vaderrol op me moeten blijven nemen? De volle klas begint me te benauwen, zoals zo vaak heb ik het gevoel weg te willen. Uit deze stomme situatie, uit de confrontatie met kinderen en ouders die dol op elkaar zijn en uit die burn out die ons gezin verpest. Ik wil weg. Die vossenjacht lopen en dan lekker naar huis. Waar het echt al iets beter gaat, maar gezien de antwoorden van deze families blijkbaar nog lang niet goed genoeg, want mijn kinderen hebben geen vader die met ze stoeit.

Kromme tenen in de klas
Buiten wacht ons nog een lang traject van verklede personen die op de hoeken van onze buurt klaarstaan om door ons aangetikt te worden. Terwijl er om ons heen zich groepjes van ouders vormen, lopen wij met z’n drieeën. Geeft niet, zolang mijn zoon tussen ons in huppelt, is het oké, hou ik mezelf voor. Als we na het vossenrondje bijna bij weer school aankomen, en mijn man al vooruit loopt, grap ik met een moeder van een kind uit een andere klas dat ik blij ben dat mijn zoontje geen gênante antwoorden heeft gegeven. Samen lachen we om de mogelijkheid dat je kind zou gaan zeggen dat z’n moeder elke middag op de bank slaapt. Of altijd ruzie maakt met z’n vader. De lach haalt de spanning uit mijn lijf. Als zij die opties ook in één keer kan opsommen, betekent het dus dat meer ouders met kromme tenen in de klas hebben gezeten. Bij niemand gaat het vlekkeloos. Elk gezin heeft wel wat. We zijn vast niet de enigen. Relaxter dan we naar school gingen, komen mijn zoon, man en ik thuis. Daar wordt de vrolijkheid met een grote klap van mijn gezicht geslagen als mijn zoon, rozig en moe van de lange avond aan mijn man vraagt: ‘Papa, wil jij een keertje met mij stoeien?’

LEES MEER: Een partner met een burn out… wat als jullie relatie het zwaar krijgt! Kaat weet raad!

Zelf een burn out? Of jouw partner? Tips? Praat erover mee op Facebook!