Maria’s man had ’n burn out #9: ‘Willen we zo wel verder?’

Maria van BeelenNa een flutzomer op een camping met veel plens- en driftbuien kwam de man van Maria van Beelen spierwit thuis van zijn werk. Diagnose: burn out. Maria, zelfstandig schrijver en moeder van drie kinderen onder de 7, schrijft over de periode die daarna volgde. Dit keer: Willen we zo wel verder?

‘Gaan we later toch lekker met z’n allen in een vrouwenhuis wonen’, zeg ik tegen mijn vriendin tijdens een van onze strandwandelingen. Zij is een van de weinigen bij wie ik na een half uur geklaagd en geweend te hebben zo in de lach schiet dat het even lijkt alsof we weer samen in het studentenhuis wonen. Ik zou mijn leven zonder mijn kinderen, een huis met een lekkend dak en – vooruit – een man met wie ik vaker wel dan niet ruzie maak, niet kunnen voorstellen. Tegelijkertijd verlang ik terug naar degene die ik hiervoor was.

Stil verwijt
Het feit dat mijn man er vreselijk tegenop ziet om weer een half uur aan zijn werkdag op therapeutische basis vast te plakken, vind ik lastig te verteren. ‘Ik zou een moord doen om te werken’, zeg ik dan. Hij vindt dat grof van mij. Zowel de zwartgalligheid van die zin als het stille verwijt van mij richting hem. Ik heb geen zin om hem gelijk te geven. Verdwijn liever in mijn eigen werkdromen. Naar collega’s met wie je kunt lachen. Parfum opspuiten, de snelweg oprijden en heel hard meezingen met de liedjes op de radio. Zelfs filerijden is geen bezwaar; dat zou betekenen dat ik een uur extra voor mezelf heb. ‘Neem die tijd, dan’, zegt mijn man.
Ik knik en hoor tegelijkertijd gefluister van een geniepig stemmetje in mijn hoofd dat zegt dat dat onmogelijk is. Hoewel mijn man voor de buitenwereld als een grote, sterke en rustige man door het leven gaat, is daarmee het contrast in huis des te groter. Inderdaad krijgt hij een oppepper als hij muziek maakt en gaat sporten, allemaal dingen die burn outers van dokters en psychologen moeten doen, maar daarmee zijn de zaken thuis niet opgelost.

Wie wil er in het weekend op drie kinderen passen? Hij kan het niet…

Thuis komt hij in een warboel van luiers, een grond bezaaid met rijst en strijkkralen en een metershoge stapel was terecht. Hij kan net aan een boodschapje doen; een van de kinderen daarbij meenemen is al een brug te ver. Hoe moet ik ooit die tijd voor mezelf weer terugnemen? Wie wil er in het weekend op drie kinderen passen? Hij kan het niet. Als we elkaar aankijken, zien we in de ogen van de ander heel veel chagrijn over het heden en angsten over de toekomst weerspiegeld. Onze gesprekken draaien altijd op hetzelfde uit, hevige woordenwisselingen en onbegrip over elkaars behoeften en dus ontlopen we elkaar. Elke keer als ik thuiskom van een avondje wijnen zie ik een lege bank. Voordat iedereen opstaat, is hij weer naar zijn werk vertrokken en ik zie hem ’s middags pas. Dan houd ik iedereen weer stil en tel ik de uren af tot ze naar bed gaan en ik weg kan. Of hij. We kunnen op dit moment het beste functioneren als we elkaar niet hoeven zien.
Is dit het dan? Samen in een huis en toch apart van elkaar? ‘Jullie moeten met z’n tweeën weggaan’, zegt mijn vriendin als we het zand van onze voeten schoppen.  Geen zin heb ik, maar ze heeft gelijk. Ik moet ons ook een kans geven.

Ongelooflijk irritant
‘Zal ik oppas regelen? Gaan we samen naar het strand’, opper ik op een avond, als ik de kinderen op bed heb gelegd. Hij kijkt me twijfelend aan. Zegt dat hij geen zin heeft in onze gesprekken. Dat ik dan ga zeggen dat hij wat vrolijker moet kijken en mij een hand moet geven. Dat-ie dat ongelooflijk irritant vindt, want hij is zoals hij is en daar moet ik het mee doen. Ik beloof hem dat ik mijn klep zal houden en mijn blik gericht zal houden op de zee. Als de oppas voor de deur staat, trekt hij met grote tegenzin zijn gympen aan. Ik bijt mijn tong af als we door de straatjes heen de boulevard opwandelen en mijn hand koud aanvoelt. De stilte tettert in mijn kop.  Straks hebben we elkaar voor altijd niks meer te zeggen.

We bevinden ons even in een acht uur durende reis van hier naar daar

Ongemakkelijk en klungelig voelt dit. En dan komen toch de woorden. Over de vakantie in Amerika toen we nog kinderloos waren. Het vliegveld uitstappen en die warmteföhn in je gezicht voelen. De palmbomen, de lichtjes, de eindeloze oceaan. Misschien vindt hij daar wél leuk werk, kan ik vanuit huis boeken gaan schrijven. Natuurlijk weten we allebei dat een toekomst in Amerika voor ons helemaal niet reëel is. Dat we vreselijke heimwee zouden krijgen naar onze vrienden, familie, onze zee en de dorpsklinkers. We weten dit, maar we spreken het niet uit. Want even bevinden we ons in een acht uur durende reis van hier naar daar in een verrukkelijk niemandsland. En heel even zou ik deze tijd met ons twee willen stilzetten.

LEES VERDER: Wat als je door de gevolgen van zijn burn out dreigt af knappen? Kaat geeft raad…

Heb jij een burn out, of je partner? Wat doet het met jullie relatie? Praat erover mee op Facebook.