Maria’s man had ’n burn out #7: ‘Ik moet gaan luilakken’

Maria van BeelenNa een flutzomer op een camping met veel plens-en driftbuien kwam de man van Maria van Beelen spierwit thuis van zijn werk. Diagnose: burn out. Maria, zelfstandig schrijver en moeder van drie kinderen onder de 7, schrijft over de periode die daarna volgde. Dit keer: ik moet gaan luilakken, maar hoe?

We zijn de belichaming van emo-tv, zeggen mijn man en ik tegen elkaar. We kijken naar een herhaling van een herhaling van een ‘Een dubbeltje op zijn kant’ en zien een stel met een huis vol impulsieve aankopen zoals een machine waar je zelf cola mee kunt tappen. Zijn wij dat? Neuh, we hebben geen frisdrankmachine  en ook geen schulden. Wel voel ik dat ik amper meer adem heb om mijn adem in te houden. Ik vind het doodeng dat ik niet weet of ik volgende maand werk heb. 
We hebben een burn out in huis die ik het liefste weg zou willen jagen, zoals je een zwerfkat uit je tuin verjaagt. Maar hij wil niet. Hij blijft hardnekkig op onze bank zitten. En dan hebben we mij. Met een zijdelingse burn out en ook nog ’s op zoek naar werk.

In de avond tik ik kantjes vol met mistroostige gedachten over nu en later

Erg genoeg is dat laatste iets waar ik me het meest druk om maak, omdat we daar in het dagelijks leven het meeste last van hebben. Ik ben bang dat we de hypotheek een keer niet kunnen ophoesten en dat ik mijn werk niet meer kan doen. 

Mijn angsten bezweer ik door ’s avonds kantjes vol te tikken met mistroostige gedachten over nu en later. Hopend dat niemand die documenten ooit zal vinden, anders achten ze me vast rijp voor het gesticht. ‘Lijkt me ook best rustig, zo’n oord waarin er voor je gezorgd wordt’, grapt mijn man als ik dat tegen hem zeg. Ik kan er niet om lachen, ben aan alle kanten zo lamlendig en moedeloos. En het ergste: ik kan er niet aan toegeven. Stort ik in, dan hebben de kinderen niemand meer die voor hen zorgt. En dan kunnen we echt in een camper gaan wonen of een tiny house, zo je wilt. Ook wel hip, maar toch. Kan ik pensioen opbouwen? Onze kinderen laten studeren? Wat als mijn man echt wegvalt? Wat als er iets met de kinderen gebeurt? Beknellende rotgedachten zijn het die mij van het schamele werk dat ik wél heb, afhouden.

Magisch denken


Kinderen beschikken over magisch denken. Ze denken dat alles mogelijk is, dat ze superkrachten hebben. Leuk onderwerp voor een artikel hoor, maar ik voel er niets van. Geen magie, geen superkrachten voor mij. Hoe hard ik ook met mijn vingers op de toetsen ram, meer dan gortdroge informatie komt er niet uit. Als de deadline in mijn oren dondert, lever ik een stuk in waar ik niet bijzonder trots op ben, maar ik zie het even niet meer, mail ik. 
Degene die ik een week later aan de telefoon krijg, neemt even een pauze. Ja, ik voelde ‘m al aankomen. Kan ik binnen een aantal dagen een nieuwe versie aanleveren? Want dit is niet wat ze van me gewend is. Liefdevol helpt ze me op weg. ‘Jij bent een vakvrouw. Je kunt dit gewoon, dat wéét ik’, zegt ze.

Wat heb ik een hekel gekregen aan ons Dubbeltje-op-zijn-kant-leven

Nadat ik het gesprek heb beëindigd, word ik licht in mijn hoofd. Nóg niet van dat artikel af. En weer een deadline. Voorheen gaven deadlines me vleugels, nu trekken ze me de afgrond in. Dat beeldscherm bezorgt me koppijn. 

Ik denk aan die coach die een paar maanden geleden hulp aanbood. ‘Heb je al gelummeld?’ vroeg ze voorheen vaak. Ik ben alleen maar aan het zorgen, omdat mijn man dat niet kan. Nu voel ik de urgentie, ik moet luilakken, ontspannen, anders kan ik dat artikel wel vergeten. Kop omhoog, naar het strand. Mijn zoon gaat mee. Ik sleur de kinderwagen de mulle massa door en loop naar het harde zand waar het zeeschuim zachtjes sporen achterlaat. De zon schijnt door mijn zonnebril heen, ik voel een briesje in mijn haren. Geld, de rekening, hypotheek. Wat heb ik een hekel gekregen aan ons Dubbeltje-op-zijn-kant-leven.

Ik proef de zilte zeelucht en adem langzaam uit

Toch blijf ik me richten op het zand waar ik doorheen loop. Ik kijk naar mijn lieve zoon die mij al heel lang aankijkt en voel me schuldig vanwege de zonnebril en het ontbreken van een moederlijke glimlach. Ik zou hem moeten troosten, veiligheid moeten bieden, maar ik zoek zelf zo naar houvast. Naar die leuke, onbevangen versie van mijzelf. Ik proef de zilte lucht, adem weer heel langzaam uit. Mijn negatieve gedachten worstelen met de pracht van de natuur. Tijdens de wandeling voel ik nog steeds de spanning in mijn rug en mijn schouders. Toch probeer ik alles wat ik zie in me op te nemen, toch te kijken naar het strand, de mooie zee en de lucht die mij omarmt.

Superkrachten
Weer achter mijn computer. Zoon slaapt, mijn man ook. Nu moet het gebeuren. Ik doe een schietgebedje. Ik denk aan het rustige strand waar ik net was. De letters op mijn beeldscherm dansen een rustige wals. Het bliksemt minder in mijn hoofd en ik begin te tikken. De mensen die ik voor de nieuwe versie van het artikel over kinderen en hun dromen heb geïnterviewd, zeggen mooie dingen. Kleuters denken dat hun vader boeven kan verjagen, huizen op kan tillen. Dat ze over superkrachten beschikken, en dat alles mogelijk is. Ze durven verdwalen, beleven avonturen, juist als niemand op hen let. God, wat verlang ik daarnaar. Met een verlangen naar het kinderlijke, magische denken sluit ik het artikel af. De volgende dag krijg ik een mailtje. ‘Mooi artikel. Goed opgepakt, bedankt,’ schrijft de chef.

LEES VERDER: Maaikes partner was haar burn out held. Lees hier waarom.

Meepraten over Maria’s verhaal, omdat je er iets in herkent? Ga naar onze Facebookpagina!