Maria’s man had ’n burn out #3: ‘Shit, ik sta te huilen op school’

Na een flutzomer op een camping met veel plens-en driftbuien kwam de man van Maria van Beelen spierwit thuis van zijn werk. Diagnose: burn out. Maria, zelfstandig schrijver en moeder van drie kinderen onder de 7, schrijft over de periode die daarna volgde. 



Shit, ik sta te huilen. Ik moet die tranen wegboenen, want we gaan zo een spel doen in de aula. Om me heen drommen de ouders van de kinderen uit de kleuterklas van mijn zoon. Zo’n ouderochtend is normaal gesproken best geinig. Ouders om mee te kletsen, kinderen om te bewonderen. Meestal lachen mijn man en ik thuis heel hard om het treurige werkje waar ik samen met mijn kind op heb gezweet. Handarbeid is nooit mijn gave geweest.
Maar nu heb ik er helemaal geen zin in.

Lijkbleek gezicht
Ik dacht echt dat de burn out maar een paar maanden van ons zou vragen. Dat we ons tijdelijk in ons huis zouden terugtrekken. En dat het zo’n lome, altijd durende zomervakantie zou worden waarin zijn hoofd leeg kon raken. Met de hulp van de psycholoog leek dat inderdaad even het geval. Hij deed ontspanningsoefeningen, maakte strandwandelingen en trok z’n bokshandschoenen aan. Maar deze week tekent zijn gezicht lijkbleek en kan hij weinig hebben. Bekers die omvallen, kinderen die met hun vorken tegen het bord aantikken, onze jongste die gilt dat hij nog een hap eten wil, ze vormen allemaal vonkjes die voor hoogspanning zorgen.

Onze middelste reageert op de spanning door onder tafel te gaan zitten

Deze donkere dagen, de weken voor pakjesavond, heerst er nog meer spanning in ons huis. Onze middelste reageert erop door tijdens het eten onder de tafel te zitten, in huilen uit te barsten en zich slap te maken zodra hij iets moet doen. Soms stuur ik mijn man weg. ‘Ga maar even in de keuken eten’. De rust keert voor hem en ons op slag terug. Maar vaak genoeg ga ik helemaal niet goed met de situatie om. Zeg ik dingen die je niet tegen iemand met een burn out moet zeggen. Zeur ik dat hij z’n kleren in hoopjes op de bovenverdieping achterlaat, dat ik al veel te lang voor single moeder speel, dat ik het ook niet meer red zo. Gebruik ik hem – nu hij toch thuis is – als oppas tijdens het slaapje van de jongste, zodat ík de voordeur achter me dicht kan trekken. Weg van iedereen.

Zweterige kleuterklas
Het liefst zou ik dat deze week dus nog even willen volhouden. Maar in plaats van die gewilde desolate plek zit ik nu in een zweterige kleuterklas met ouders en hun kinderen grapjes te maken, terwijl ik mijn zoon in een houdgreep houd. Als een van de weinige kinderen praat hij constant door de juf heen, wil hij herhaaldelijk op en van mijn schoot af en voel ik dat alle ogen op mij zijn gericht. Het uur waarin er spelletjes worden gedaan en liedjes worden gezongen, kruipt dan ook voorbij.

Hoe lang is mijn zoon me eigenlijk al kwijt?

Tijdens de koffiepauze vraagt een moeder hoe het thuis gaat. Ik wil ‘beter’ zeggen, maar nee, het gaat eigenlijk bijzonder slecht. Ik zie mijn man veranderen in een passieve en sombere versie van zichzelf. En nu ben ik bang dat het voor altijd zo blijft, denk ik erachteraan. Mijn rechter mondhoek begint te trillen en ik verberg mijn gezicht achter mijn plastic koffiebekertje. In de wc vraag ik me af hoe lang mijn gezicht vlekkerig blijft van de tranen die net overdadig over mijn wangen zijn gestroomd. Getver, nu moet ik nog terug. Een paar minuten later sta ik in een TL-verlichte aula in een groep van moeders en vaders een spel met linten te spelen. Mijn zoon zoekt me op. Hij was me kwijt, zegt hij. Hoe lang is hij mij al kwijt? Nog niet eens zo heel lang geleden had hij een vrolijke moeder; ik deed een potje voetbal met hem, rook aan z’n haren, kuste z’n zachte wangen. Hij had een vader die met hem een vogelhuisje in elkaar timmerde en een foto van zijn zoon met getimmerd vogelhuis op Instagram zette. Iemand naar wie de kinderen als eerste toe renden als ze op hun wang gebeten hadden.

We waren ooit echt een gezellig gezin. Nu heb ik werkelijk geen idee meer waar we met z’n allen gebleven zijn.

En mijn zoon vindt de geknutselde pakjesfabriek van mij nog stom ook. Terwijl ik het resultaat thuis aan mijn man laat zien, valt de wc-rol uit de schoenendoos en liggen er overal verkreukelde pakjes op de vloer.
‘Lelijk ding weer, hè?’ Mijn man bekent voorzichtig dat hij niet direct kan definiëren wat het moet voorstellen. Schieten we alsnog samen in de lach.

LEZEN: Het taboe op burn out is nog groot. Daarom: f*ck dat taboe!

Volg je ons al op Facebook? Hier vind je ons!