Maria’s man had ’n burn out #11: ‘We willen vooruit!’

Maria van BeelenMaria had met haar gezin een flutzomer op een camping met veel plens- en driftbuien. Vervolgens kwam de man van Maria van Beelen spierwit thuis van zijn werk: een burn out. Maria, zelfstandig schrijver en moeder van drie kinderen (allemaal onder de 7 jaar), schrijft over de periode daarna. Dit keer: We willen vooruit!

Als de bomen kaal zijn en de regen je spijkerbroek zompig maakt, is een burn out vrij goed te plaatsen. Sneuer vind ik het, als je je beroerd voelt terwijl de lammetjes al maanden geleden buiten zijn gelaten. Ik voel de drang om ook weer te gaan leven. Mijn zusje vraagt of ik na de zomer een nachtje met haar weg wil gaan. Ik zeg ja. Het eind van de zomer lijkt nog heel ver weg. Laatst ging ik een dagje weg met mijn vriendin. Verrassing van haar. In de trein gleden we een ander leven in. Van winkels, restaurants en nauwe straatjes. Dat fijne dagje smaakte naar meer. Ik rijd vaker naar geïnterviewden toe in onze auto die vol met deuken, krassen en tape zit.

Everything will be just fine, wordt er gezongen; zou het echt?

Het werkt op een gekke manier bevrijdend. Alsof het me niet meer zo kan schelen dat we niet voldoen aan een bepaalde levensstandaard. Bovendien is dit mijn plek om mijn tranen weg te vegen. Soms rijd ik na het boodschappen doen even over de boulevard en voel ik me in mijn eentje even zielsgelukkig. Ik zet het raampje open om te ruiken dat er een warme zomer aankomt vol beloften. Bij één nummer draai ik het volume hoger. Het gaat over een man en vrouw. Everything will be just fine, wordt er gezongen. Zou het echt?

Strijdend stel
Mijn man en ik hebben elkaar van een armoedige kant gezien. Wij waren de laatste tijd een moe, stilzwijgend, heus wel een gepassioneerd, maar veel te vaak ook een strijdend stel. Alles wat je niet wenst als je elkaar voor de eerste keer diep in de ogen hebt gekeken. Bij hem voelde ik me maandenlang niet veilig om te laten merken hoe machteloos ik me voelde. Ik wist niet bij wie ik moest schuilen, want de man tegenover mij was mijn man zo vaak niet meer. En nog steeds niet. Op een avond dreigt een gesprek na weken van kabbelen weer te veranderen in een ruzie. Ik weet wat dit inhoudt: deur slaat dicht, auto start, hij scheurt weg. De eerste keren werd ik daar bloednerveus en verdrietig van. Later raakte ik onverschillig: zoek het uit, ik red mezelf en de kinderen wel. Nu het weer dreigt te gebeuren, voel ik diezelfde angst en onverschilligheid. Maar ook woede. Over de burn out, de moeheid en de financiële stress. Ergens diep vanbinnen zijn we nog steeds die vrouw en die man die allebei verlangen naar een normaal en leuk leven, maar al deze zaken verpesten dit.

Ik weet niet of we het aan blijven kunnen samen, maar voor nu zijn we van elkaar

‘Ik wil dat je blijft.’ Ik weet niet eens of ik dit echt zeg, wel weet ik dat mijn man een paar tellen later niet in onze auto, maar in mijn armen is. Ik heb geen idee of we dit samen aan zullen blijven kunnen, maar voor nu zijn we van elkaar. Die ringen dragen we niet voor niets. Nu we elkaar vasthouden, verliezen de woorden aan kilheid. Ik zeg hem dat ik het moeilijk vond toen ik dacht dat hij ons niet meer wilde. Dat hij mij en de kinderen te veel vond. Dat ik dat echt verschrikkelijk vond. Maar ook dat ik me niet heb gerealiseerd hoe het voor hem was. Niet willen voorlezen kwam doordat hij alle letters zag dansen, zegt hij. Niet kunnen optillen door pijnen in zijn schouder en in zijn rug. Alle stress trok in zijn lijf. Ik zeg hem dat hij niet de enige is die de kinderen amper kan hebben: mijn zoon noemde me laatst een rotmoeder, dus zo leuk ben ik ook niet. Hij zegt dat het nooit aan ons heeft gelegen maar aan dat monster in zijn kop en op zijn werk. In de patronen waar hij inzit en waar hij zich nu uit probeert te vechten. Maar ook dat het beter gaat, dat hij meer werkuren draait en dat hij hoopt dat hij aan het eind van de zomer weer zichzelf is. Ik zeg hem dat ik ook meer werk heb. Dat ik me autonomer en minder als een bedelaar opstel. Ik geloof er weer in. En ook in ons.

Honderdduizend stappen
‘Ik voel dat alles beter gaat worden’, zeg ik tegen mijn man. Hij zegt hetzelfde tegen mij. In zijn ogen zie ik nog steeds een in-en in vermoeide blik en ik denk dat hij op dat moment naar de met foundation gecamoufleerde plek op mijn kin kijkt. In de afgelopen maanden heeft mijn stress zich daar verzameld. Vooruit willen we. Terwijl we aan het struikelen zijn en het liefst ons hoofd neer zouden leggen en ons heel even in het grote niets zouden willen bevinden. Vooruit lopen, terwijl we weten dat we nog honderdduizend stappen achterop liggen. Vooruit. We willen samen zo allemachtig graag vooruit.

LEES MEER: Een burn out; hoe leg je aan de kinderen uit dat je je rot voelt? Gelukkig is er nu een kinderboek over

Verder praten over burn out? Dat kan op onze Facebookpagina!