Open brief aan mensen geen 1,5 meter afstand houden

Open brief,

Dag lieve persoon. Ik begrijp je wel hoor, het is ook lastig. En we merken er vooralsnog niks van. Ja, behalve opeens al die regels. Pff… What’s all the fuss about? Ik begrijp je. Het ís ook lastig. En zo vaag allemaal.

Ik wil je wat vragen. Heb je een lieve oma of opa? Of ouders? Of misschien heb je wel een vriend of vriendin, die aan het risicoprofiel van corona voldoet. Je hebt vast sowieso vrienden. Ja toch. Stel je dan nu je beste vriend of vriendin voor.

Jullie zitten samen op een bankje, naast elkaar, gezellig te kletsen. Biertje of wijntje erbij. Want dat wilde jij per se, ondanks wat tegensputteren van je vriend.

En opeens sta jij op en duw je hem een drukke snelweg op. Een snelweg met auto’s die razen als gekken.

Deze snelweg heeft wel bijvoegstroken, maar die worden steeds verder afgesloten. Op de snelweg staan ouderen en mensen van jouw leeftijd die je verder niet kent. Je kijkt er met verbazing naar. Waar komen die opeens vandaan? Agenten proberen orde te houden. Zojuist waren de auto’s nog heel netjes verdeeld over alle wegen. En dan: ook de rijbanen zelf worden langzaam stuk voor stuk afgesloten. Je vriend probeert als een gek te laveren tussen de auto’s, maar er zijn steeds meer auto’s op steeds minder oppervlakte die met een noodgang aankomen. Agenten snellen te hulp, proberen mensen van de rijbaan af te krijgen, maar stuk voor stuk worden de agenten geraakt door de met hoge snelheid passerende auto’s. Gewond spoeden ze zich naar de kant, niet in staat om nog te helpen.

Jij bedenkt je: ik had hem nooit de snelweg op moeten duwen, ik dacht dat het allemaal wel meeviel, dat de auto’s niet zo hard reden, ik heb er eigenlijk helemaal niet over nagedacht. Ja, natuurlijk zag ik het bord ‘snelweg’ wel, maar jeetje, hoe groot is de kans nu dat je dan ook daadwerkelijk wordt aangereden? Ik bedoel: hij is toch hartstikke fit en gezond, en kan toch wel heen en weer rennen?

Je ziet steeds meer ouderen op de snelweg, en ook steeds meer jonge, vitale mensen. Je bedenkt je dat je niet de enige bent geweest die iemand op de snelweg heeft geduwd. Steeds meer auto’s op steeds minder ruimte, steeds meer mensen, steeds minder agenten.

De auto’s blijven komen, je vriend ademt hoog en je ziet de angst in zijn ogen. Je ziet hem in doodspaniek om zich heen kijken. Hij kan het rennen niet meer aan, hij is uitgeput. Hij heeft hulp nodig.

Tot er nog maar één rijbaan over is, waar álle auto’s doorheen moeten. Je vriend kan geen kant meer op. Er is geen hulp. Hij wordt geraakt. Hij is dood. Je begraaft je hoofd in je handen en huilt.

Dit is wat jij doet, als je geen 1,5 meter afstand houdt. Willens en wetens duw je jouw vriend de snelweg op. Simpelweg omdat we zo weinig weten, dat ook als gezonde mensen straks hulp nodig hebben, die misschien niet meer beschikbaar is. Dat lijkt misschien nu niet zo, omdat je nog op het bankje zit. Maar je doet het wel. Echt. En niet alleen je vriend. Ook talloze anderen, die je wel óf niet kent. Heel gewone mensen, die bij jou in de straat wonen. Allemaal op de snelweg.

Daarnaast ben je verantwoordelijk voor de agenten (in het geval van corona: artsen) die je vriend proberen te redden. Allemaal omdat jij een biertje wilde drinken of, om de metafoor dan maar even toch letterlijk te maken: dicht op iemand stond in de supermarkt.

De volle hevigheid van het bizarre scenario dringt opeens tot je door. De auto’s crashen. Stuk voor stuk. De chaos is niet te overzien. En daar liggen ze. Je tante, vader, je broer die last heeft van zijn longen, je vriendin die verder altijd kerngezond is, die gast van voetbal, de lieve oude dame aan het eind van jouw straat, de leraar van je middelbare school, je voetbaltrainer, de juf van je kind.

Je heft je hoofd naar boven, wat is er gebeurd?

Dan kijk je voor je uit.

Je staat nu zelf midden op de snelweg.

En er is nu niemand meer om je te redden.

Take care als je van het leven (van anderen én jezelf) houdt, doe wat verstandig is, houd je aan de regels van het RIVM, flatten the curve. Klap niet alleen voor de mensen die voor ons zorgen, help ze vooral door verstandig te zijn, zodat zij er nog zijn om jóu te helpen als dat nodig is.

Deel dit bericht voor bewustwording, het is van levensbelang.

Liefs,

Maaike Helmer

Viktor en het vuur is het allereerste kinderboek dat stress, burn out en balans uitlegt in kindertaal. Een sprookje door Sarah Van Wolputte, met een voorwoord van psychiater Prof. Dr. Dirk De Wachter.

In deze tijden waarin we massaal omvallen met een burn out, mogen we de kinderen niet vergeten.

Waarom is mama toch zo vaak moe, boos of verdrietig? Juultje en haar broers Billie en Charlie begrijpen er niks van. En dan, opeens, is er Viktor, een gek sprookjesachtig mannetje, dat vertelt over zijn huisje zonder dak, een wilde rivier en vuurtjes bouwen.

'Vergeet de kinderen niet. Dit boek nodigt uit om op een creatieve en kindvriendelijke manier in dialoog te gaan.' - Dirk De Wachter

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *