Van burn out naar beter #9: ‘Ik word sterker, merk ik’

Na een tijd met haar burn out te hebben geworsteld, merkt Krista dat ze sterker wordt. Ze doet zichzelf zowaar een kleuradvies cadeau en voelt haar energie toenemen. En dan… moet ze naar kantoor, in het kader van haar re-integratie. Brengt dat haar weer terug bij af?

Ik heb mezelf een kleur- en stijl advies cadeau gedaan. Ik draag alleen nog maar zwart en grijs, en word daar niet bepaald vrolijker van. Hoewel ik al maanden niet gewinkeld heb kan het vooruitzicht weer een kledingwinkel in te stappen me niet opvrolijken; ik heb uit mijn voorzichtige verleden een aanzienlijke hoeveelheid miskopen in mijn kast hangen; verkeerde kleur, verkeerde snit, verkeerde stof, gewoon: niet goed. Omdat ik ervan overtuigd ben dat hoe je je kleedt heel veel doet voor hoe je je voelt, heb ik een adviseur ingeschakeld. Ik zie er wel een beetje tegenop, ik kan op dit moment in mijn burn out nog steeds niet autorijden, dus ga ik met het openbaar vervoer, en dat is nogal een onderneming. Toch doe ik het.

De ochtend heeft me compleet uitgeput, maar het is het meer dan waard

Het is een heerlijke ochtend, waarin ik aan de hand van allerlei gekleurde lappen zie welk effect verschillende kleuren hebben op mijn huidskleur, en daarmee op hoe fit of juist hoe uitgeblust ik eruit zie. Ik had geen idee van de impact! Ik blijk een zomertype, en ga naar huis met een boekje vol stofjes in vrolijke kleurtjes, die goed bij me passen. Dit boekje dient als mijn persoonlijke winkelbijbel. De ochtend heeft me compleet uitgeput, maar het is het meer dan waard. In de daaropvolgende dagen kam ik – weliswaar in slakkentempo, maar toch – mijn kledingkast uit. Oude kleren die niet passen binnen de kaders van mijn boekje gaan de deur uit, er blijft verrassend weinig over. Winkelen kan ik nog niet aan, maar gelukkig is er internet. Ik bestel wat mooie kledingstukken in heerlijk zomerse kleuren: lichtblauw, rood, roze, en zelfs iets in het groen. Veel uitgesprokener dan ik gewend ben, maar, hé, volgens mijn boekje kan ik het hebben, dus… waarom niet?

Een grote overwinning

Als mijn bestelling wordt thuisbezorgd sla ik meteen aan het passen. Ik kan het bijna niet geloven, maar het klopt allemaal. En als ik met één van mijn nieuwe bloesje aan in de spiegel kijk, zie ik een vrouw die weliswaar vermoeid oogt, maar ook levenslustig. Een brede glimlach verschijnt op mijn gezicht. Het mag misschien eenvoudig klinken, voor mij is dit een grote overwinning. Ik voel dat ik, met deze nieuwe outfits, een belangrijke stap heb gezet op weg naar mijn herstelde ik. Ik kan niet wachten tot mijn lief thuis komt. Zodra hij binnenkomt trek ik hem aan zijn arm mee naar de stoel waarover ik mijn nieuwe aanwinsten heb gedrapeerd. Ik ben wel een beetje zenuwachtig, zou hij het wel mooi vinden, al die kleuren? ‘Wow!’, zegt hij. Hij wil dat ik alles nog eens aantrek, en met ieder kledingstuk groeit mijn zelfvertrouwen. Hij vindt bijna alles mooi. Alleen het groene vestje kan hem niet bekoren. ‘Maar ik houd het lekker wel. Ik vind het erg mooi’, zeg ik met een grijns.

Op de afgesproken tijd loop ik de gang door naar mijn oude afdeling

Een nieuw gevoel maakt zich van me meester. Ik laat mijn mening eens niet beïnvloeden door wat een ander vindt. Weer zo’n openbaring! Als ik vier maanden thuis ben, is het tijd om mijn eerste voorzichtige stap in mijn re-integratietraject te zetten: contact met mijn collega’s. Ik maak daarvoor een afspraak met de afdelingssecretaresse, om een kop koffie te drinken. Op de afgesproken tijd loop ik de gang door naar mijn oude afdeling. Ik draag één van mijn nieuwe outfits, heb mijn nagels fris rood gelakt en draag subtiele, maar mooie make-up. Ook dat is nieuw, meestal droeg ik alleen een beetje mascara naar mijn werk, nu durf ik er wat meer werk van te maken. En daardoor voel ik me sterker, mooier, zelfverzekerder.

Het gevoel te worden beoordeeld

Ik ben hier maanden niet geweest. En wat voelt het nu anders! Altijd als ik hier aan het werk was sluimerde er een gevoel van onzekerheid aan de oppervlakte, en dat is nu helemaal weg. Ik hoef nu niets te presteren, niets te laten zien, ik hoef hier alleen maar te zijn. En straks mag ik weer gewoon naar huis. Voor het eerst ben ik hier echt als mezelf, ben ik niet bezig een plaatje in stand te houden van wie ik dacht dat ik was. En dat voelt ontzettend goed.
Het is rustig op de afdeling. Ik klets ontspannen met de afdelingssecretaresse en groet een paar collega’s. En dan stapt mijn manager binnen. Ik zet me schrap voor wat ik gewend ben: het gevoel te worden beoordeeld. Maar het komt niet. Er gebeurt eigenlijk niets.

‘Kom je straks nog even bij me langs?’, vraagt mijn manager. Ik heb daar eigenlijk niet zoveel zin in

‘Wat leuk dat je er bent!’, zegt ze. Ik vraag me af of ze dat meent. ‘Hoe gaat het met je?’ ‘Eh, nou, wel goed eigenlijk, naar omstandigheden. Ik lach weer af en toe. Dat is een hele vooruitgang’, antwoord ik. Ik moet er zelf om glimlachen, mijn manager kijkt er wat zuur bij. ‘Het voelt wel een beetje gek om hier te zijn, ik vond het wel spannend,’ zeg ik dan maar. En tegelijkertijd realiseer ik me hoe opgelucht ik ben. Het bekende gevoel is verdwenen, ik heb mijn grootste demonen overwonnen. Ik ben nog lang niet klaar, maar man, wat ben ik gegroeid de afgelopen tijd. ‘Kom je straks nog even bij me langs?’, vraagt ze dan. Ik heb daar eigenlijk niet zoveel zin in, maar besluit toch maar op haar verzoek in te gaan. Laat ik haar nu niet direct tegen de haren instrijken. De secretaresse en ik kletsen nog wat over niks in het bijzonder, en dan stap ik de kamer van mijn manager binnen.

Goede kant op

Ze zit achter haar bureau, en blijft zitten. Ze biedt mij geen stoel aan, dus ik leun maar wat tegen de deurpost. ‘Hoe gaat het?’, vraagt ze weer. ‘Ja, het gaat echt de goede kant op. Ik ben nog lang niet de oude, maar het ergste is voorbij. Hoe is het met jou?’ ‘Goed, druk’, zegt ze. Ik kijk naar de stapel documenten op haar bureau en het valt me op hoe vermoeid ze eruit ziet. Ik herinner me hoe ze altijd maar aan het werk was, nooit tijd voor zichzelf leek te nemen. We babbelen wat over de lopende projecten, en hoewel ik vind dat ik geïnteresseerd zou moeten zijn, merk ik dat het me niet zo boeit. Ik wil er ook niet zo veel mee te maken hebben, geloof ik. Als het bijna tijd is om te vertrekken vraag ik haar in het kader van de koetjes en kalfjes of ze nog vakantieplannen heeft. ‘Ja, volgende week. We blijven gewoon thuis’, zegt ze.

‘Wat goed is voor mij bepaal ik zelf wel’, zegt mijn manager opeens bits

Ze vertelt dat ze de laatste tijd erg veel aan haar hoofd heeft, en de tijd niet heeft gehad om thuis orde op zaken te stellen. ‘Misschien is het ook wel goed en fijn voor je, even niets te hoeven’, merk ik op. ‘Wat goed is voor mij bepaal ik zelf wel’, zegt ze dan opeens bits. ‘Natuurlijk’, zeg ik. Verder niets. Een paar maanden geleden had zo’n reactie me direct aan het twijfelen gebracht: heb ik het verknald, wat deed ik verkeerd? Nu zie ik voor wat het werkelijk is: ik raakte een gevoelige snaar met mijn opmerking en kreeg een kijkje in haar verdedigingsmechanisme. De verhoudingen tussen ons zijn verschoven. En wat doet dat me goed. Dit is voor mij een onomstotelijk bewijs dat ik oké ben. Ik ben op de goede weg. Ik word sterker.
Ik word ik. (Foto: Juvrai Singh/Unsplash)

Krista Hogenboom heeft haar eigen coaching praktijk: steppingup.nl. In 2010 kreeg ze een burn out, waardoor ze kritisch naar haar eigen levensgeluk keek. Haar zoektocht leidde uiteindelijk naar haar huidige werk, waarin ze zich wijdt aan het levensgeluk van anderen. In ‘Van burn out naar beter (lees ze allemaal!)’ vertelt ze over de tijd van haar burn out.

LEES DOOR: OF IK DE OUDE BEN NA MIJN BURN OUT? GELUKKIG NIET, ZEGT ANNEMARIE!