Van burn out naar beter #8: ‘Het gaat slecht, en dat is oké’

En dan komt het gesprek: Krista moet praten over haar re-integratie. Dat gesprek gaat op zich goed, al krijgt Krista er wel een naar smaakje van… Wat wíl haar leidinggevende nu écht? 

Langzaam komt de acceptatie. En dat blijkt ook nodig om te kunnen herstellen. In de eerste maanden probeerde ik steeds mezelf groot te houden. Ik vocht voortdurend tegen de situatie, wilde niet onder ogen zien wat er allemaal niet lukte, wilde me niet overgeven aan wat er was. Dat slurpte energie. Nu ik me er min of meer bij neerleg vind ik rust. Doordat het steeds zo’n chaos was in mijn hoofd kon ik niet overzien hoe het werkelijk met me ging. Nu zie ik het wel. Het gaat slecht. En dat is oké. Dat klinkt misschien gek, maar zo is het wel. Het is oké dat mijn hele leven on hold staat. Het is oké dat ik de meest basale dingen aan anderen overlaat. En omdat ik geen energie meer hoef te steken in dat gevecht krijg ik ruimte om aan mijn herstel te werken. En dat lukt.

Geen schim meer
Langzaam begint er weer licht te gloren. Ik hoor af en toe mijn eigen lach. Ik schrik er zelf een beetje van, ik heb het geluid al zo lang niet meer gehoord. Ik maak regelmatig een wandeling. De buitenlucht doet me goed, en ik ben niet meer volledig uitgeput als ik thuis kom.Ik huil niet meer als ik naar de bedrijfsarts moet, ik voel me een ‘gewone’ volwassene met een ziekte, in plaats van een schim van een vrouw. En dan wil de arbeidspsychologe een gesprek met mij en mijn manager, om zich een beter beeld te kunnen vormen van de relatie tussen ons, en de manier waarop ik me opstel en communiceer. Ze had het al aan het begin van het traject ter sprake gebracht; dit gesprek zou een belangrijk onderdeel uitmaken van het traject en daarmee van mijn herstel. Ik heb het steeds vooruit kunnen schuiven met als excuus dat ik dat nog niet aankon. ‘We gaan dat gesprek nu wel inplannen’, zegt de psycholoog. Ik voel hoe mijn keel wordt dichtgeknepen en ik oppervlakkig begin te ademen. ‘Ik word daar wel een beetje nerveus van’, zeg ik. De psycholoog kijkt me begrijpend aan. Ik meen zelfs iets van medeleven in haar ogen te zien. Maar ze is onverbiddelijk, het gesprek gaat er binnenkort komen. Zij zal contact opnemen met mijn manager en een afspraak inplannen.

Ik ben niet langer het bange meisje wat ik was, en mijn manager ziet dat volgens mij ook

Als ik buiten sta, merk ik dat ik sta te trillen. Ik haal diep adem. Ik kan dit. Ik ben van ver gekomen. Dit kan ik wel aan. Wat bibberig fiets ik naar huis. Twee weken later is het zover. Ik krijg ’s ochtends geen hap door mijn keel. Gelukkig is het mooi weer, ik fiets op een rustig tempo naar de afspraak, en ben ruim op tijd. Als ik thee heb gehaald en in de wachtkamer zit zie ik mijn manager binnenkomen, vergezeld van de P&O-adviseur. Beide dames glimlachen als ze me zien en begroeten me met drie zoenen op de wang. En dan gebeurt er iets interessants: ik voel een enorme rust over me heen komen. Ik voel me nog steeds wat nerveus, maar ook sterk. Ik ben hier op bekend terrein, dit is mijn territorium. De psycholoog kent mijn verhaal, en heeft beloofd me te zullen steunen. Ik realiseer  me heel goed dat ik veel sterker ben dan een paar maanden geleden. Ik ben niet langer het bange meisje wat ik was. En mijn manager ziet het volgens mij ook.

Ontslag als wapenfeit
Precies op tijd komt de psycholoog ons halen. Ze schudt ons alle drie de hand en knikt mij even bemoedigend toe voor ze voor ons uit naar haar spreekkamer loopt. Ik recht mijn rug en stap naar binnen.Tot mijn verbazing laat mijn manager in het gesprek vallen dat ze over niet al te lange tijd bij de organisatie weg gaat. ‘Ik wil graag dat je vóór die tijd volledig bent gere-integreerd’ zegt ze. ‘Eh… Ik denk niet dat dat lukt, ik ben er voorlopig nog niet klaar voor. De bedrijfsarts ziet dat voorlopig ook nog niet gebeuren’, antwoord ik. De psycholoog spreekt ook haar twijfels uit over de haalbaarheid. Ondertussen vraag ik me af waarom dit voor haar zo belangrijk is. En ik kan maar één reden bedenken: ze wil mijn ontslag één van haar laatste wapenfeiten maken. Dat kan ik natuurlijk niet hard maken, en ik ga het haar ook niet vragen. Maar het zingt wel door mijn hoofd. Zou dat echt waar zijn?

Het lukt me eerlijk en open te zijn over mijn aandeel in onze verstoorde communicatie

Ik ben tevreden over het verdere verloop van het gesprek. We praten over de problemen die tussen ons zijn ontstaan, en de oorzaak daarvan. Ik ben erg tevreden over mijn positie in het gesprek. Het lukt me open en eerlijk te zijn over mijn aandeel in onze verstoorde communicatie, en de dingen die ik te leren had en heb. Mijn manager daarentegen houdt zich erg op de vlakte over haar eigen rol. Hierin voel ik me sterk. Zonder me ervan bewust te zijn voel ik al waarover ik pas jaren later een mooie TED-talk zou zien: ‘De kracht van kwetsbaarheid’ (zie video onderin, red.). Ik stelde me kwetsbaar op in het gesprek en voelde me daardoor een enorm powerhouse. Dit is een fantastische ervaring. Met een voldaan gevoel neem ik na het gesprek afscheid van mijn manager en de P&O-adviseur. Dit heb ik goed gedaan.

Ontoerekeningsvatbaar
Wat wel aan me blijft knagen is de uitspraak over mijn re-integratie. Mijn euforie over mijn aandeel in het gesprek maakt al gauw plaats voor een misselijk gevoel. Omdat ik er ’s nachts erg slecht van slaap en ik me er de volgende dag nog beroerder over voel bel ik de psycholoog. Ze zit de hele dag in gesprek en kan me pas aan het einde van de dag terugbellen. Onrustig hang ik op. Dan besluit ik contact op te nemen met de bedrijfsarts. Ik wil toch weten hoe hij hierin staat. Hem krijg ik wel in één keer te pakken. Ik vertel hem over het gesprek van gisteren, en de onrust die ik nu ervaar. ‘Ik kan me niet voorstellen dat ik zo snel alweer volledig aan het werk zou kunnen, dat kan ik toch helemaal niet?’, zeg ik, en ik begin te huilen. De arts is even stil. Dan zegt hij: ‘Nee, ik denk niet dat dat gaat lukken. Sowieso ben je voorlopig nog ontoerekeningsvatbaar. Dus werken zit er helemaal nog niet in.’

Ik wil de arts wel zoenen. Het is maar goed dat het een telefoongesprek is

Ondanks mijn tranen schiet ik in de lach. ‘Ontoerekeningsvatbaar? Nooit gedacht dat ik dat stempel nog eens zou krijgen’, zeg ik. ‘Maar ik meen het wel’, zegt hij. ‘Je gaat wel vooruit, maar je bent echt nog niet voldoende hersteld om in zo’n korte tijd te re-integreren.’ Ik sluit mijn ogen even en zucht. ‘Dat gevoel had ik zelf ook al,’ zeg ik, ‘ik ben blij dat jij dat ook zo ziet’. Ik wil de arts wel zoenen. Het is maar goed dat het een telefoongesprek is. Mijn opluchting is tweeledig. In de eerste plaats ben ik blij dat de arts echt ziet hoe het met me gaat, en dat ik geen toneelstukje opvoer. Die erkenning is voor mij belangrijk. Daarnaast ben ik blij dat het mijn manager dus niet zal lukken om me te ‘lozen’, als dat inderdaad haar plan is. Dat voelt toch als een overwinning. Ik kom er wel.
(Foto: Esther Wiegardt/Unsplash)

Krista Hogenboom heeft haar eigen coaching praktijk: steppingup.nl. In 2010 kreeg ze een burn out, waardoor ze kritisch naar haar eigen levensgeluk keek. Haar zoektocht leidde uiteindelijk naar haar huidige werk, waarin ze zich wijdt aan het levensgeluk van anderen. In ‘Van burn out naar beter (lees ze allemaal!)’ vertelt ze over de tijd van haar burn out.

DIT WIL JE OOK LEZEN: ONTSLAG TIJDENS JE BURN OUT, MAG DAT ZOMAAR?