Waarom ik het niet dapper vind als ik mijn (im)perfecte lichaam laat zien

Een foto van mijn lijf, waarop duidelijk mijn insulinepomp en sensor te zien waren (ik heb diabetes type 1). Dat maakte nogal wat reacties los. Daar ga ik met dit artikel graag dieper op in. 

Eergisteren plaatste ik een foto van mezelf zoals ik nu eenmaal ben, ik heb een insulinepomp en een sensor en die hangen allebei aan mijn lijf. Ik plaatste die foto om te laten zien dat iederéén een zomerlijf heeft. Dat het aan geen enkele ‘voorwaarde’ hoeft te voldoen.

Is het wel dapper, om mijn lijf te laten zien?

Ik kreeg superlieve reacties. ‘Niks mis mee’, bijvoorbeeld. Of iemand die aangaf dat ik ‘damn right‘ was om te zeggen dat mijn lichaam, met infuus and all, net zo goed is als dat van een ander en ik dus net zo goed een summer body had. Wat ik ook wel lief vond, was dat er mensen waren die het moedig, of dapper vonden, of stoer. En tegelijkertijd deed dat me denken: is dat het wel? Hoe langer ik erover nadacht, hoe minder ik dat zelf eigenlijk vond. Want dit is mijn lichaam en dat is hoe het is. Het is ook góed zoals het is. Het hoeft niet anders te zijn. Niet ergens aan te voldoen. Ik hoef mijn pomp of sensor niet te verbergen, ze zitten nu eenmaal aan mijn lijf.

‘Zo kan iedereen het zien’, zei mijn gesprekspartner

Een hele tijd geleden was ik met iemand aan het praten. Blijkbaar kon je het draadje van mijn infuusset duidelijk zien zitten aan de bovenkant van mijn topje. ‘Hé, je moet dat even wegstoppen,’ zei mijn gesprekspartner, ‘zo kan iedereen het zien, dat wil je niet.’ Ik trok mijn wenkbrauwen op: ‘Oh, daar kan ik niet echt mee zitten, hoor’, wuifde ik het weg. Tegenover mij werd druk nagedacht. Ik kon de radertjes horen draaien. ‘Ik weet niet, je wilt toch niet dat mensen kunnen zien dat je iets hebt?’ Ik moest hard lachen: ‘Dat zal me nou echt serieus aan mijn reet roesten.’

De opmerking was even lief als verwarrend: want ik schaam me niet

Overigens heb ik het ook weleens andersom meegemaakt. Ik was op vakantie en sloeg een handdoek om mijn pomp omdat die niet lekker hing, aan het riempje om mijn taille (dat wiebelt en dat is een vreselijk irritant gevoel, vooral als het warm is). Met de handdoek ‘fixeerde’ ik hem, zogezegd. Meteen kwam er een dame op me afgerend: ‘Je moet je niet schamen hoor, voor dát’, ze wees liefdevol maar streng naar mijn pomp, ‘er lopen hier mensen met nog veel ergere dingen, jij mag er ook zijn.’ De opmerking vond ik even lief als verwarrend. Want ik vind mijn pomp helemaal niet érg. Ik schaam me niet. Ook wil ik me niet hoeven verdedigen voor als je hem níet ziet: hij hoort bij mij, maar ik ben niemand iets verschuldigd. En hoewel ik weet dat niet iedereen zo’n ding heeft, vond ik het zowel voor mij als voor anderen best heftig, een opmerking als ‘er lopen hier mensen met nog veel ergere dingen, jij mag er ook zijn.’ Ik denk namelijk dat iemand die een been mist zichzelf wellicht liever niet ziet als een ‘erg geval’, maar gewoon als een mens. Zoals we dat allemaal zijn. En een rechtvaardiging voor mijn zijn heb ik niet nodig. Toch vond ik het, zoals gezegd, dus ook wel lief. Deze dame was bang dat ik me schaamde voor mezelf. Het zegt vooral iets over onze maatschappij, dat dit de eerste aanname is: jij bent niet zoals de anderen en dus is er iets niet goed.

Mijn lijf laten zien, is geen daad van verzet

Mijn lijf laten zien, inclusief de dingen die daarbij horen, is geen daad van verzet. Simpelweg omdat ik oprecht denk dat er niks mis mee is. Wat het wél is, is een vraag aan de heersende norm. Waarom zou een lijf dat er anders uitziet eigenlijk niet net zo vanzelfsprekend mogen zijn? En wat is ‘anders’ eigenlijk? Zijn we in de basis niet gewoon allemaal hetzelfde? Zijn we niet allemaal gewoon oké? Het is een vraag die ik ook in breder perspectief wil trekken. Of eigenlijk is het andersom: ik wil hem beantwoorden. Je bént in alles al oké. Je bént al genoeg. Hóe je ook bent. Dat verklaart ook de kop van dit stuk, het woord (im)perfect. Volgens sommige mensen zal mijn lijf misschien imperfect zijn. Die zichtbare aandoening, niet slank genoeg, er zijn nog zoveel dingen op te noemen die volgens de ‘norm’ niet in het perfecte plaatje zouden passen. Maar ik vind mijn lijf wél geweldig. Goed zoals het is. Wat nu als we dat eens zouden loslaten, dat denken in dat we niet oké zijn zoals we zijn? Als we gewoon het échte leven zouden laten zien? Daar maak ik me al lang hard voor met STRESSED OUT. Wat als we onszelf en de ander nu eens met liefde zouden omarmen? Gewoon, zoals we zijn? Dat zou pas mooi zijn.

Maaike Helmer is oprichter van multimedia uitgeverij STRESSED OUT en auteur van ‘NIETS, mijn zoektocht naar innerlijke rust in tijden van alles’ (o.a. bekend uit Vrouw/Telegraaf, Grazia, Koffietijd en De Volkskrant). Binnenkort volgen e-courses en Masterclasses om zelf meer innerlijke rust in je leven te krijgen. Schrijf je in voor de Minder Stress Mail, dan houden we je op de hoogte.

LEES OOK: EEN PRACHTIGE, ONTROERENDE BRIEF VAN DEMI AAN HAAR LICHAAM… MUSTREAD!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *