Dossier re-integratie bij burn out: Als je altijd sterk moet zijn

Een burn out is op zichzelf al heel heftig. Maar wat als je het gevoel hebt dat je niet mág omvallen, je altijd sterk moet zijn én je situatie door de bedrijfsarts of arbo-arts helemaal verkeerd wordt ingeschat? Dan kun je van de regen in de drup raken. 

Als je in een burn out belandt, kun je goed de weg kwijt zijn. Je eigen persoon is een groot raadsel voor je, waar je je handen meer dan vol aan hebt. Het laatste waar je op zit te wachten, is tegenwerking door je omgeving. Re-integratie is een wereld op zich, waarin je makkelijk kunt verdwalen en veel onduidelijkheid of stress kunt tegenkomen. Daarom heb ik een serie blogs gemaakt over een belangrijke speler voor je re-integratie: de bedrijfsarts. In de eerste blog heb je kunnen lezen over de rol van de bedrijfsarts: welke taken en bevoegdheden heeft deze? In de tweede blog las je over de positie van de bedrijfsarts: hoe (on-)afhankelijk is hij? De derde blog stond in het teken van je privacy en het delen van je gegevens door de bedrijfsarts. De vierde ging over (vreemde) vogels in bedrijfsartsenland.

In deze vijfde blog deel ik een aangrijpende ervaring uit mijn werk met cliënten. Paul maakt een afspraak. Want, zo legt hij uit, hij heeft een functioneringsprobleem. Zijn laatste twee beoordelingen waren negatief. Hij is bang om zijn baan kwijt te raken. Hij heeft hulp nodig om zijn functioneren te verbeteren. Alleen hij weet niet hoe. Hij is ook moe, hij heeft geen idee waar hij de energie vandaan moet halen om zijn werk beter te doen.

Hij lijkt zijn zaken op orde te hebben, op het functioneren na

Aanvankelijk lijkt hij zijn zaken redelijk goed op orde te hebben, op het functioneren na. Hij komt over als een sterk persoon, besluitvaardig, daadkrachtig. Het ‘niet lullen, maar poetsen’ type. Als onderdeel van de intake vraag ik hem om op hoofdlijnen zijn levensverhaal te vertellen, vanaf het begin tot nu toe. Het beeld dat zich ontvouwt is van een man die al heel jong geleerd heeft om sterk te zijn. Om anderen terwille te zijn. Wat hij wilde of voelde, leek nooit echt ertoe te doen. Het was ook niet handig, om iets te voelen – daar was toch geen ruimte voor. Paul is vader van vier jonge kinderen en mantelzorger van zijn chronisch zieke vrouw. De laatste 5 jaar hebben ze steeds de dood in de ogen gekeken. Meerdere malen heeft hij zich afgevraagd of zijn vrouw een bepaalde operatie zou overleven. Tijd om lang hierbij stil te staan was er niet. Het huishouden wachtte op hem, de kinderen hadden aandacht en zijn vrouw verzorging nodig.

Als hij de vragenlijst invult, blijkt dat hij op instorten staat

Als ik hem vraag wie er voor hem is, kijkt hij mij niet begrijpend aan. Hij heeft geen antwoord. Hij is tegen beter weten in sterk geweest, dat is duidelijk. Uit de vragenlijsten die hij invult, ontstaat het beeld van een man die op instorten staat. Ernstige depressieve klachten, extreem moe, een veelheid aan cognitieve en lichamelijke klachten. Allemaal zaken die uit zijn eigen verhaal niet echt zichtbaar worden. Als we de resultaten bespreken, breekt hij. De paniek die hem overmeestert, gaat over de angst voor zwakte. Hij mag niet zwak zijn. Hij mag niet omvallen. Zijn vrouw en zijn kinderen hebben hem nodig. Hij kan zijn baan niet kwijtraken. En toch is dat juist wat hij nodig heeft: toegeven aan zijn kwetsbaarheid. Het hollen stilzetten. Tot rust komen. Herstellen van de jarenlange roofbouw. Zijn klachten zijn zo extreem, dat ik vermoed dat de enige optie op dit moment een heftige ingreep is: zich ziekmelden en alles even on hold zetten. Hulp vragen, dingen uit handen geven. Zijn vrouw vertellen dat hij op is.

Het lijkt alsof de werkgever niet wil dat hij bij de bedrijfsarts terchtkomt

Ik adviseer hem om een afspraak te maken met de bedrijfsarts. Dat gaat al moeizaam, het lijkt haast alsof de werkgever niet wil dat hij bij de bedrijfsarts terechtkomt (Paul had direct een afspraak kunnen maken met de bedrijfsarts, maar omdat hij niet wist waar hij moest zijn, heeft hij zijn vraag bij P&O neergelegd). Uiteindelijk wordt er na een maand een afspraak gemaakt. In de tussentijd is Paul ook bij de huisarts geweest. Die vermoedt een ernstige depressie en adviseert medicatie. Paul doet de volgende keer als hij weer bij mij is, verslag van zijn bezoek aan de bedrijfsarts. Hij laat mij het verslag zien. Het blijkt een arbo-arts te zijn (lees hier meer over het verschil tussen de arbo- en de bedrijfsarts), die nogal luchtig doet over de situatie. Hij denkt dat er niet zo veel aan de hand is, het advies van de huisarts legt hij naast zich neer. Paul moet elke dag 5 minuten speedfietsen, dan zou alles goedkomen. Ziekmelding is niet aan de orde.

Nog even volhouden, tanden op elkaar

Na dat bezoek is Paul aan de grond. Hij vertelt: ‘Ik heb zo uitgekeken naar die afspraak! Ik heb een maand op gewacht. Het voelde als het halen van de finish-lijn. Nog even door, nog even volhouden, tanden op elkaar. Want dat zou ik van de bedrijfsarts horen dat ik me ziek mag melden. Dan zou ik kunnen werken aan mijn herstel. Maar dat mag niet. Ik moet door’. Paul werkt nog drie dagen, daarna stort hij in. Hij is zo wanhopig, dat hij tegen zijn werkgever zegt: misschien moeten we maar uit elkaar, want ik trekt dit niet. De werkgever hapt direct toe en ondanks het feit dat Paul zich inmiddels ziekgemeld heeft, komt P&O met een voorstel: als Paul zich beter meldt, zorgen zij voor een vaststellingsovereenkomst. Dan wordt hij vrijgesteld van werk en het contract zou binnen 3 maanden beëindigd worden. Paul heeft geen puf om te vechten. Hij stemt in.

Hij heeft het gevoel dat hij niet zwak mag zijn, dat hij daarvoor wordt gestraft

De maanden dat ik hierna met Paul werk, zijn pittig. Er zijn niet alleen zijn uitputting, zijn depressieve klachten, zijn overlevingspatroon van sterk zijn om mee en aan te werken, maar ook de traumatische ervaring (en herbevestiging) dat hij niet zwak mag zijn. Want, als hij dat doet, wordt hij daar keihard voor gestraft.
Ik had deze man een bedrijfsarts gegund die hem erkenning had gegeven en hem had begeleid in zijn herstel. Een werkgever die hem de ruimte had geboden om de lessen te leren die hem weer in evenwicht zouden brengen. Want het grootste probleem van deze man was niet dat hij zwak was, maar dat hij te lang te sterk is geweest.

Leona Aarsen is bedrijfscounselor en psychosociaal therapeut, eigenaar van anderZverder. Ze richt zich op preventie, voorlichting en begeleiding bij stress- en burn outgerelateerde klachten.

VERDER LEZEN: HET HELE DOSSIER OVER RE-INTEGRATIE VIND JE HIER!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *