Dít is wat een maand zonder internet met mij deed

Wat gebeurt er als je een maand (ja, een maand!) bijna geen internet hebt? Alleen in een supermarkt, als je even wat eten gaat kopen? Maaike trok vier weken door heel Frankrijk en had nul G. En dat werkt behoorlijk ontnuchterend.

In de krant METRO schreef ik het artikel ‘Ik scroll dus ik besta (even niet)’. Het ging over onze neiging er niet helemaal te zijn als we met ons hoofd in onze telefoon gedoken zijn. Tot dat inzicht kwam ik tijdens een langdurige tijd zonder internet. Wel 28 hele dagen. Afgelopen zomer trok ons gezin ongeveer een maand rond met een caravan. We reisden van camping naar camping en vaak sliepen we ergens in een dal, aan zee of bij een berg. Het was een route waarvan ik wist dat we waarschijnlijk gebrekkig internet zouden hebben, van tevoren had ik een aantal re-runs ingepland van artikelen van STRESSED OUT (want: ‘in summer we summer‘, check ons zomerstatement hier).

Ik had geen 4G, zelfs geen 3G, nee, ik had gewoon helemaal géén G

Bij onze eerste camping was het meteen al raak. Geen 4G, zelfs geen 3G, nee, gewoon helemaal géén G. In die maand kreeg ik – ja, ik had geen internet om me af te leiden, hè? – behoorlijk wat inzichten over ons social media gebruik en wat het met ons doet. En ook: wat het ons ontneemt. Die inzichten wil ik graag met je delen.

1. Offline gaan is vaak letterlijk afkicken
Online zijn is zó verslavend… Ook al probeer ik zelf bewust online te consumeren, regelmatig scroll ook ik gedachteloos door mijn timeline. Telkens word je aangejaagd door nieuwe berichtjes. Die maken dopamine in je hersenen, in dezelfde gebieden waar bijvoorbeeld een menselijke omhelzing dat doet. Geen wonder dus dat ik de eerste dag dat ik geen internet had, een bijna fysieke tic voelde om mijn telefoon te checken. Omdat ik wíst hoe het werkte, kon ik ook dit gevoel onderzoeken en nam ik het met een korreltje zout: dit was afkicken, dat moest ik bewust doen.

2. Na het afkicken komt de rust…
Na twee dagen nam mijn telefoonneiging steeds meer af. En wat leek er opeens een tijd vrij te komen! Ik wist niet dat ik zo lang naar bomen kon kijken. Of water. Ik wás. Social kan ons tijd schelen (je kunt via Facebook vragen waarin Amsterdam je lekker kunt eten en hebt binnen vijf minuten tien nieuwe eetadresjes) en ons waardevolle contacten geven (hoeveel van mijn vriendschappen online zijn ontstaan? Véél!), maar het kost ons ook tijd. Tijd die we gedachteloos lijken te spenderen, maar die niet gedachteloos ís. Elke post die we zien, geeft wel degelijk een prikkel en dus raken we eigenlijk overprikkeld. Het tegengif daarvoor is buiten zijn. We vergeten makkelijk hoe heilzaam de natuur kan zijn. Ik nam me in elk geval meteen één ding voor: minder scherm, meer wind door mijn haren.

3. Offline zijn geeft meer tijd voor contemplatie
Mijn offline time zorgde voor contemplatie, oftewel: flink nadenken over het leven. Er kwam letterlijk en figuurlijk ruimte vrij in mijn hoofd. Ruimte die normaal nog weleens kon worden opgevuld met kattenfilmpjes en grappige GIF-jes. Sommige dingen stop je normaal lekker weg. Dat is waar die kattenfilmpjes zo goed in zijn; ze laten je niet alleen met je gedachten. Nu kwamen ze bovendrijven. En dat was heel goed.

ANDEREN LAZEN (EN DEELDEN) OOK: EEN PLEIDOOI VOOR MEER ECHTHEID ONLINE!

4. We zijn verslaafd aan likes
Ik weet nog, één van die spaarzame momenten dat ik internet had op de vleesafdeling van een supermarkt (of all places) en vier likes zag op de mooie foto van een musje dat ik een paar dagen eerder had geplaatst. We meten onze persoonlijke waarde (ben ik leuk genoeg?) vaak af aan het aantal likes en shares. En het viel me tegen van mezelf dat ik daar – onbewust – ook zo mee bezig was. Zonde. Zonder internet was er niemand om iets te vinden. Hartstikke rustig.

5. Online ontneemt je vaak de echte ervaring
Een gevleugelde uitspraak die we tegenwoordig naar mijn mening iets te letterlijk nemen, is: ‘Pics or it didn’t happen!’ (oftewel: als je geen foto’s laat zien, geloven we er geen bal van!). Stond ik ergens aan een adembenemend mooie rivier, dan bemerkte ik in het begin dat ik dacht ‘Oh… deze zou mooi zijn voor Instagram.’ We leven ons leven vaak door en soms zelfs voor onze camera. De eerste dagen sleepte ik ook nog mijn telefoon overal mee naartoe. Tot ik op een gegeven moment niet eens meer wist waar mijn telefoon wás. We zijn helemaal verleerd ergens te zijn. Echt te zíjn.

6. Veel dingen kunnen wachten
Ik was heel bang dat ik zonder internet veel zou missen. Wat me opviel, hè, is dat je helemaal niet zoveel mist. En bovendien: veel dingen kunnen wachten. Voor de écht belangrijke dingen (geboorte, dood, ziekte, scheiding of iets anders dat niet kan wachten) bellen mensen je namelijk écht wel. Het was eigenlijk wel verfrissend om alleen gestoord te worden voor de echt grote dingen des levens. De rest ging aan me voorbij en dat maakte me nederiger; het leven, ook online, gaat namelijk ook prima door zonder mij. Wat ik eerst een beangstigende gedachte vond, was nu juist geruststellend. Ik hoef niet online te zijn om te zijn.

Ook als ik offline ben, besta ik nog. Misschien soms nog wel méér.

(Foto: Unsplash/Brooke Cagle)

LEES OOK: DIT WAS DE MANIER WAAROP MAAIKE AF KWAM VAN DE NEIGING CONSTANT HAAR TELEFOON TE CHECKEN…

Hoe zou jij dat vinden, een maand offline gaan? Praat erover mee op onze Facebookpagina!