Fails en fuck-ups: waarom we ze moeten koesteren

Falen. Fuck-ups. Lopen de rillingen over je rug bij deze woorden? Het is heus zo erg niet, integendeel vaak. Soms is het juist goed om de mist in te gaan, dit is waarom we falen en fuck-ups moeten koesteren…

1. Falen plaatst je ego in perspectief.

Yep, falen is vervelend voor je ego. Vroeger (voor mijn burn out in 2008) had ik een groter (en kwetsbaarder) ego, dus zag ik falen als een persoonlijke nederlaag. Vreselijk. Afschuwelijk. Gezichtsverlies. Nu weet ik dat die oordelen  gevormd werden door mezelf; falen hoort bij het leven. Het geeft me de kans mijn ego even weer in perspectief te plaatsen. Ja, falen sucks. But get over it. You’ll live.

LEES OOK: VOLGENS MICHAEL PILARCZYK BESTAAT FALEN NIET…

2. De volgende keer ben je nog beter voorbereid

‘Falen’ gaf me weliswaar een klap op mijn ego, maar het gaf me ook kennis die ik soms op geen andere manier had kunnen vergaren. Zodat ik in een volgende situatie beter beslagen ten ijs kwam en ook niet meer zo bang was om iets fout te doen. Het is onderdeel van het leerproces van het leven en soms moet je iets ervaren om er echt van te kunnen leren.

3. Je ontdekt wat je niet wil/kan

Soms moet je je er gewoon bij neerleggen dat iets het niet is, voor jou. Ik kon daar vroeger echt onzeker van worden. Stiekem vond ik namelijk dat ik héél veel moest kunnen. Liefst alles. En ja, dan val je jezelf nogal tegen als je opeens toch wel buitengewoon weinig talent ergens voor blijkt te hebben (ik heb bijvoorbeeld nul technisch inzicht, dus copywriting over iets supertechnisch was… nou ja, nogal een uitdaging).

MEER OVER FALEN LEZEN: WAAROM HET SOMS HET BESTE IS WAT JE KAN GEBEUREN…

4. Falen geeft veerkracht

Als iets me niet lukte, is de eerste reactie niet zelden om de handdoek in de ring te gooien. Ergens mee op te houden. Maar het kan ook juist veerkracht geven: ‘Try me, ik ben echt niet voor één gat te vangen.’ Niet zelden besloot ik terug te veren, omdat ik wíst dat het zou lukken. En dat terugveren, dat gaf me dan weer een sterk gevoel over mezelf.

5. Het zorgt voor relativeringsvermogen

De keren dat ik een flinke blunder maakte of dingen mislukten, zorgden voor flink wat relativeringsvermogen. Natuurlijk is het belangrijk jezelf serieus te nemen, maar je realiseren dat niet áltijd álles lukt, is ergens ook heel gezond voor je. Het haalt de scherpe kantjes van je perfectionisme af (waarvan akte, hier trouwens een interessant artikel over perfectionisme en hier nog een)

6. Falen kan bijdragen aan een toekomstige succeservaring

Juist falen kan ervoor zorgen dat je zodanig gepokt en gemazeld bent, dat je in de toekomst minder bang bent voor mislukking en makkelijker een succeservaring boekt (mits je natuurlijk e.e.a. kunt relativeren (punt 5) en ervan leert (punt 2).

7. Jouw #fail delen laat op een mooie manier je kwetsbaarheid zien

Als jij je #fails durft te delen, laat dat op een mooie manier je kwetsbaarheid zien. Jij durft te staan voor wie je bent en bent oké met jezelf, je kunt niet alles, en dat is helemaal prima.

8. Het is een mooi verhaal en bindt je met anderen

Laten we eerlijk zijn, je #fail ervaring levert soms gewoon een heerlijk verhaal op. Zo eentje die je jaren later op een verjaardag nog even ten overstaan van een groepje mensen vertelt, waarna iedereen zijn eigen verhaal opeens begint te delen. Want: gedeelde #fail is halve #fail. Door onze faalervaringen te delen leren we dat het leven nu eenmaal niet perfect is, en wij zelf ook niet. We leren ook van de #fails van anderen en dat is mooi. Niemand is onfeilbaar. Gelukkig maar!

LEES OOK: FOUTEN MAKEN MAG EN IS JUIST HARTSTIKKE NUTTIG ZEGT LEONA…

Wil jij meer innerlijke rust? Het boek 'NIETS' is nu te koop!

'Een mooi en eerlijk boek met een groot inzicht' – Roos Schlikker, schrijver

'Fascinerend verhaal' - Thijs Launspach, psycholoog, schrijver

'Mooi, aangrijpend, kwetsbaar, intiem en moedig' - Saskia Smith, journalist

Koop het boekLees er meer over